In juli 1816
strandde het Franse fregat - de
Medusa - voor de kust van
Senegal. De kapitein en de hoge
officieren namen plaats in de
schaarse reddingsboten, en voor
de 150 andere opvarenden werd
een vlot gebouwd van 20 bij 8
meter. De sloepen moesten het
vlot voortslepen, maar dat bleek
onmogelijk. Na de eerste nacht
waren al een twintigtal
passagiers door de zee
meegesleurd. Na een helse tocht
van dertien dagen werd het vlot
opgemerkt; uiteindelijk
overleefden slechts tien mensen
de ramp. De oppositie
beschuldigde de (politiek
benoemde) kapitein van
onbekwaamheid, terwijl de
regering het voorval wilde
goedpraten. Een schandaal kon
niet uitblijven toen in 1817
twee overlevenden, Savigny en
Corréard, een boek over de ramp
publiceerden.
Géricault toont het moment
waarop de overlevenden een schip
aan de horizon zien. Het is hét
moment van hoop, wanhoop en
vertwijfeling. Het lichtcontrast
is een duidelijke invloed van
Caravaggio, de lichamen zijn
even strak en gespierd als bij
Michelangelo. Het doek gaf een
nieuwe richting aan de
Romantiek. Het is geen
sentimentele Romantiek, maar een
hard, scherp en gepassioneerd
werk dat extreme emoties
uitdrukt. Een werk met een
enorme symbolische kracht. Een
historicus beweerde ooit dat
Géricault heel Frankrijk op het
vlot heeft gezet.
Deze drie delen van Het volt van
de Medusa vertellen het verhaal
van een Priester, een Matroos en
een Vrouw die op het vlot
terecht zijn gekomen, en de
dertien verschrikkelijke dagen op
zee hebben overleefd...