Korte Verhalen

Dans met de Dood

 
 
De arena zit stampvol. Ik hoor het publiek wild worden als ik en mijn tegenstander binnen treden. Ik heb niet gekozen voor deze baan, maar ik ben er goed in, en het verdiend. Ik sta stil, en laat het gegil van de mensen door me heem gieren. Een heerlijk gevoel. De arena stat zowaar te trillen. Ik weet dat ik de favoriet van de mensen ben, en ik zal ze niet teleurstellen. Na zoveel jaren in dit vak ben ik er wel aan gewend. Ik ben nog nooit verlagen. Als dat wel het geval zou zijn geweest, zou ik hier niet meer staan. Dan hadden ze me allang aan de gieren kunnen voeren. Maar, zoals zo vaak het geval is geweest, laat ik het niet zover komen. Ik hef mijn armen, en het publiek wordt weer wild. Terwijl ik rondkijk, bestudeer ik ook mijn tegenstander. Een grote man, met spieren als kabels. Dat had-ie ook wel nodig, denk ik, na een blik op het cavaleriezwaard op zijn rug -hoogst ongebruikelijk in een gevecht te voet, omdat het zwaard met twee handen moet worden gehanteerd, zo zwaar is zo’n zwaard. Hij zal het zwaard waarschijnlijk wel met een hand aankunnen...En dan nog die gigantische bijl aan een riem rond zijn heupen. Daarmee zou hij mijn hoofd als een meloen kunnen splijten..Maar zover laat ik het niet komen, denk ik nogmaals. In het midden van de arena zit de koning. Ik draai me om, en loop erheen....
Ik zie dat mijn tegenstander hetzelfde doet. Het is ondertussen stil geworden in de arena. De koning houdt zoals gewoonlijk een toespraak. Dar zit iedereen nu op te wachten. Een stilte voor de storm, denk ik. Ik kniel voor mijn Heer de Koning, en zie vanuit mijn ooghoeken dat mijn tegenstander het zelfde doet. Ik vraag me af of hij ook uit dit land komt. Velen die ik heb verslagen, waren krijgsgevangenen. die maakten meestal niet zo’n buiging.

‘Sta op, krijgers,’ spreekt de koning. ‘Jullie zijn beiden afkomstig uit mijn land...’ Aha, dus toch, denk ik. ‘En de winnaar die uit dit gevecht naar voren komt, zal ik persoonlijk belande met goud....’ De koning stopt even, om het publiek uit te laten razen. ‘Ik neem aan, dat jullie favoriet wel wat geld kan gebruiken...’ De koning kijkt met een kwaadaardige glimlach naar mij. ‘We zullen zien, beste mensen, of hij het er ook deze keer, levend vanaf brengt!’ Er ging een siddering door het publiek.
‘Laat de strijd beginnen!’ roept de koning uit. Het publiek gaat weer uit z’n dak.

Ik kijk naar de krijger. Hij staat op, en loopt naar een plek ergens in het midden van de arena. Ook ik kom weer overeind uit mijn geknielde houding. ‘Ook deze keer zal ik winnen, vader!’ sis ik in de richting van de koning. Hij wil me dood, en daar ben ik me van bewust. Ik loop in de richting van de krijger. Hij had zijn bijl gepakt. Ik heb alleen een kort slagzwaard, en mijn blote handen.. Het publiek gaat weer uit z’n dak. De krijger valt mij aan, en dat is waar ik op wachtte. Ik spring opzij, en trek mijn zwaard. We cirkelen om elkaar heen, af en toe naar elkaar uithalend. We missen allebei. De arena heeft een open dak, en de zon staat hoog aan de hemel. De grote man springt in mijn richting, en hakt met zijn enorme bijl naar mijn hoofd. Ik weet hem te ontwijken, en de bijl beland in het zand, en daar blijft het ding in de harde leem zitten. De krijger probeert zijn bijl te pakken, maar terwijl hij zijn armen gestrekt had gehouden, heb ik in een van zijn armen weten te hakken. Ik had al opgemerkt dat de man rechtshandig is, en mijn teleurstelling is dan ook groot, als ik ontdek dat ik zijn linkerarm heb verbrijzeld. De arm hangt er slap bij, en onder de elleboog is het niet meer dan een bloederige massa van vlees en bot. Maar de hand is nog intact. Dat doet vast pijn, denk ik, met een valse glimlach rond mijn lippen.

De man kijkt verbaast naar zijn arm, en vervolgens naar zijn bijl, die nog steeds in de grond vast zit. De bijl kan alleen met twee handen eruit worden getrokken, en ik ben niet van plan de “arme” man te gaan helpen. Het publiek juicht naar mij, en joelt naar de man, die nu flink kwaad begint te worden. Daar had ik op gewacht. Ik hoop dat hij zo woest wordt dat hij zichzelf uitput, zodat ik hem daarna de genade klap toe kan brengen. Nu grijpt de man het zwaard. Het ding is minstens zo groot als ik. Hehe, ik heb niets voor niets de bijnaam “krielkip” gekregen. Maar ik ben sneller en leniger. Weer cirkelen we om elkaar heen. De zon brand fel, en in de arena hangt een geur van bloed en zweet. Met een misselijkmakende klap komt het zwaard naar beneden. Ik maak een koprol, maar het zwaard raakt me toch. Ik voel een van mijn voeten branden. Als ik opsta en naar beneden kijk, zie ik een plas bloed onder mijn rechtervoet verschijnen. ‘Verdomme!’ roep ik uit. Die gast heeft een deel van mijn voetzool afgesneden.

Langzaam voel ik dat ik weg glijd. Maar daar heb ik geen zin in! Ik knipper een aantal keer met mijn ogen, en zie op tijd het zwaard weer aankomen. Ik spring opzij, en kijk naar de zon. Ik maak snel nog en draai, zodat de zon nu in mijn rug staat. Ik hoop dat het werkt.....De krijger draait zich naar mij toe, en ik zie dat hij niets in de gaten heeft. Ik glimlach. De man heft zijn ene arm met het zwaard op. Ik zie zijn spieren spannen. Op het juiste moment kantel ik mijn zwaard, zodat de man wordt verblind door het weerkaatsende licht. Op het moment dat hij zijn ogen sluit en zijn zwaard laat zakken, spring ik naar voren. Ik kantel mijn zwaard weer, zodat ik nu zijn keel kan doorsnijden. Mijn zwaard maakt en diepe wond in de hals van de krijger. Hij opent zijn ogen weer, zodra hij de scherpe pijn in zijn keel voelt. Zijn stembanden zijn doorgesneden, gillen kan hij niet meer.

Maar de man lijkt meer kracht in zich te hebben dan ik had gedacht. Hij heft zijn zwaard weer en wil weer toeslaan. Het zwaard komt naar beneden, en ik duik onder zijn arm door. Daarbij steek ik mijn zwaard omhoog, en steek de man een oog uit. Het bloed spuit in het rond. Het publiek is waanzinnig. Ze genieten van het bloedbad. De man slaat nog een keer uit met het zwaard, en ik weet dat het zijn laatste keer is. Ik spring omhoog, geef de man een klap op zijn neus, waardoor die breekt, en op mijn weg naar beneden duw ik mijn zwaard nog een keer omhoog. Het zwaard glijd via de keer naar boven, de hersenen in. De man is op slag dood. Mijn zwaard blijft steken. De man wankelt, en valt achterover, mijn zwaard uit mijn handen trekkend.

Het publiek gilt van plezier, wedders zoeken de mensen op die moeten betalen. En ik loop naar de man, ruk mijn zwaard uit zijn lijk, en loop naar de koning. ‘Je hebt alweer gewonnen,’roept hij in ontzetting uit. ‘Ja, Heer, dat heb ik,’ antwoordt ik. ‘Mijn geld, alstublieft,’ zeg ik. Ik zie de koning overleggen met een van zijn mannen. Met tegenzin gooit hij vijf zakken goud naar beneden. Ik raap ze op, kijk omhoog, en bedank de koning.
Ik wil weglopen, maar de koning roept me na. ‘Ik krijg jou nog wel, zoon!’ ‘Ja, vader, tuurlijk’ En ik loop weg.
 
 

 
     
 

Algemeen

 

Art

 
 
 
   
 
 
 
 

 Behind the Veil © Vempire. | 2007  |  All Rights Reserved
Art: Venezia 2006 ©
Viona Art | Design: Vempire Design